Historie

Marum historisch-geografisch

De landelijke gemeente Marum, gelegen in het Zuidelijk-Westerkwartier op de grens van Friesland en Drenthe, heeft een boeiende geschiedenis. Uit de ruimtelijke structuur valt een lange bewoningsgeschiedenis af te lezen. De eerste bewoners vestigden zich op een zandrug, waarop de latere dorpen oudste dorpen Niebert, Nuis en Marum ontstonden. Nabij deze bewoningsas treft u een van Nederlands oudste kerkpaden, het Malijkerpad en het hieraan gelegen 14e-eeuwse Iwema Steenhuis, de laatste versterkte boerderij van Groningen. Verderop aan het voetpad ligt op de plaats waar ooit de Fossemaheerd stond, de Coendersborg.

Gelegen aan de rand van een uitgestrekt hoogveengebied bleef het gebied lang onaangetast. In dit niemandsland vestigden zich omstreeks 1210 de nonnen van het klooster Trimunt, nu nog herkenbaar aan het oneffen terrein aan weerszijden van de A7, herkenbaar aan de resten van de Duitse militaire stelling Löwe.

De grootschalige vervening van de Marumer en Lindster venen begon in de 16e eeuw op last van de jonkers van Ewsum, de bewoners van Nienoord te Midwolde. Ook had de stad Groningen een gedeelte van het veen in bezit. Ondanks de lange verveningsgeschiedenis bevond zich binnen de gemeente Marum tot ver in de 19e eeuw nog een groot areaal woeste gronden. De dorpen Jonkersvaart en De Wilp danken hun ontstaan aan deze vervening. Momenteel omvat de gemeente de dorpen Marum, Nuis, Niebert, Boerakker, Lucaswolde, Noordwijk, Jonkersvaart en De Wilp.

Lees alles over de geschiedenis van landschap Het Westerkwartier op landschapsgeschiedenis.nl

Bestuursgeschiedenis en oud-archief

Vredewold (1531-1795)
Voor het ontstaan van de gemeente in 1811 was er sprake van de grietenij Vredewold (rechtsgebied, samen met Leek). Omstreeks 1513 kocht Wigbold van Ewsum 'een arve in Vreewolt, in carspel Marum'. Het was niet zijn laatste aankoop. Aan deze boerderijen kleefden namelijk aantrekkelijke politieke rechten. Vrijwel onafgebroken bekleedden de heren van Nienoord hier van 1531 tot 1795 het erfgrietmanschap. Behalve de rechtspraak omvatten de heerlijke rechten het bestuur van waterschappen (zijlvesten), de benoeming van predikanten (collatierecht), jacht- en visrechten, het veerrecht op Groningen etc.

In de archieven van het huis Nienoord, de kerk- en waterschapsarchieven en die van de gerechtelijke instellingen zult u dan ook veel aankopingspunten vinden voor de bestudering van Marum van de middeleeuwen tot de Franse tijd. Deze archieven berusten bij de 'Groninger Archieven'.

Ontstaan en ontwikkeling van de gemeente (1811-)

Voor de geschiedenis van Marum en omstreken na 1800 kunt u terecht op het gemeentearchief van Marum. In 1808 werden op gezag van koning Lodewijk Napoleon de huidige gemeenten ingesteld. Marum maakte toen deel uit van de gemeente De Leek. De Vrederechter van het kanton Leek installeerde in 1811 de eerste gemeenteraad van een zelfstandige gemeente Marum. De gemeente ontstond door samenvoeging van de oude kerspelen Marum, Noordwijk, Lucaswolde (later verenigd met Noordwijk), Nuis en Niebert. De eigenlijke grensbepaling van de gemeente geschiedde pas in de periode 1819-1828 toen de ambtenaren van het Kadaster hun metingen verrichtten. Lange tijd bleef het gemeentebestuur kleinschalig. Aan het hoofd stond de maire (later schout, burgemeester), bijgestaan door twee adjuncten (wethouders) en een municipale raad (gemeenteraad) en ambtelijk ondersteund door een gemeentesecretaris en -ontvanger. De veldwachter moest in zijn eentje toezien op de openbare orde, in noodgevallen bijgestaan door de rijksveldwachters van de marechaussee. Daarnaast was hij belast met bodediensten, het verzamelen van statistieken en de begeleiding van dienstplichtigen.

Met de uitbreiding van de gemeentelijke taken van 'nachtwaker'-gemeente richting welzijnsgemeente groeide het (semi)ambtenarencorps: een vroedvrouw, doodgravers, een armengeneesheer, een gemeentearchitect een bode en klerken ter secretarie dienden zich aan. In een later stadium volgde de verdere professionalisering en daarmee bureaucratisering van het lokaal bestuur.

De huisvesting van de gemeente weerspiegelt deze schaalvergroting sinds het begin van de 20ste eeuw. In de eerste jaren hield het gemeentebestuur wekelijks zitting in de plaatselijke herberg 'Swanenburg'. Later werd dit 'In de Klaver' te Nuis en Hotel Walvius te Marum (1868-1909). Het eerste echte gemeentehuis dateert van 1909 en lag aan de Kruisweg te Marum. Toen in 1957 het huidige gemeentehuis in gebruik werd genomen, deed het oude dienst als arbeidsbureau. In 1985 werd het pand gesloopt.

Gemeentearchief (1811-1989)

Het oud-archief van de gemeente vloeit voort uit de historische taakontwikkeling. Dit betekent dat u op het gemeentehuis dan ook een gevarieerd aanbod van archiefbescheiden kunt raadplegen. Zo kunt u niet alleen de bouwtekeningen van uw oude huis of school bekijken, maar ook een blik werpen in de notulen van de maire sinds 1811, een 'boosdoenersregister', de administratie van de armenzorg, de kadastrale leggers, militieregisters of de uitgebreide 19e-eeuwse correspondentie.

Globaal valt het oud-archief op grond van de wijze van archiveren uiteen in drie gedeelten: een chronologisch geordende serie (1811-1910) - de ruggegraat van het 19e-eeuwse archief - een op onderwerp gerangschikt deel (1910-1929) en tenslotte de dossiers (1929-1929), die per 'zaak' zijn opgeborgen.

Wapen van MarumGemeentewapen

Het linker deel draagt het wapen van het geslacht van Ewsum. Aan dit geslacht was in vroegere jaren de zorg toevertrouwd voor de rechtspraak van Marum. Het rechter deel heeft betrekking op de bestaansmogelijkheden van Marum; de korenschoof en klaver duiden op landbouw en veeteelt. De smallende golvende dwarsbalk herinnert aan het kleine riviertje het Oude diep (ook wel Dwarsdiep genoemd). Dit riviertje is op het ontstaan van Marum van grote invloed geweest. De drieberg onder in het wapen herinnert aan Trimunt. Kroon en paarlen sieren als gebruikelijk het gemeentewapen.

Top